SIB Amsterdam

 
  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
CIA activiteiten

Ontwikkelingssamenwerkingsdebat 15 september 2009

Door Justine de Jong 
 
Over de huidige status van ontwikkelingssamenwerking worden heel wat standpunten verdedigd. Zo zou er veel meer geld aan moeten worden besteed, zou het helemaal afgeschaft moeten worden of zou het allemaal op een heel andere manier moeten gebeuren. Op 15 september was het aan SIB om erachter te komen hoe het nu precies zit met de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. De altijd enthousiaste SIB-leden waren niet de enige die zich voor een antwoord op deze vraag naar CREA hadden begeven. De zaal vulde zich snel met enthousiaste studenten en twee ietwat oudere heren. Toen ook de trap vol zat moest er tegen belangstellenden op de gang gezegd worden dat er helaas geen plekken meer vrij waren. Hoewel dit voor hen heel spijtig was, was het leuk om te zien dat de vraag naar de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking zoveel mensen bezighoudt.  
Blij met al die animo kon de avond van start gaan. Debatleider Tobias Reijngoud, die zelf veel geschreven heeft over ontwikkelingssamenwerking, hield de touwtjes deze avond strak in handen. Onder zijn leiding kregen de sprekers, Godelieve van Heteren, oud directrice van Cordaid en ex-kamerlid voor de PVDA, Gerrit Faber, als internationaal econoom verbonden aan de Universiteit Utrecht en Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking, de kans hun visie te geven op een aantal stellingen. 
Genuanceerde meningen kwamen op tafel. Ontwikkelingssamenwerking heeft zeker een positief effect, zo werd er betoogd, waarop het boek ‘Dead Aid’ van Dambisa Moyo -waarin zij beargumenteert dat het resultaat van ontwikkelingssamenwerking voor het ontvangende land negatief is-, door de heer Hoebink werd afgeschreven. Niet elke vorm van samenwerking is echter effectief. De tijd waarin ontwikkelingsamenwerking stond voor Westerse ‘weldoeners’ die derdewereldlanden kwamen ‘redden’ met wat geld is voorbij. Wil ontwikkelingssamenwerking effectief zijn, dan moet er aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Die voorwaarden houden verband met de stabiliteit van politieke instituties, het betrekken van de bevolking in de samenwerking, voorzien in lokale behoeftes en een focus op duurzaamheid van projecten.  
Het publiek werd door de heer Reijngoud actief bij de discussie betrokken. Zo hoorden wij persoonlijke ervaringen over ontwikkelingssamenwerking (ik refereer naar bovengenoemde oudere heren) en werden er suggesties gedaan ter vervanging van de huidige vorm van samenwerking: er zou meer gewerkt moeten worden vanuit de private sfeer in plaats van vanuit de overheidssector. Ook werd de oproep vanuit het publiek gedaan dat het Westen geen ‘pleisters moest plakken’, maar ontwikkelingslanden een hand moest bieden en bestaande machtsverhoudingen zou moeten veranderen. Zo kwam ook de toekomst van ontwikkelingsamenwerking ter sprake, hebben we misschien te hoge verwachtingen van ontwikkelingssamenwerking, of zouden we hier juist ambitieuzer tegenover moeten staan?  
Twee uur later waren een aantal interessante vragen geformuleerd en beantwoord. Het antwoord op de vraag naar de zin en onzin van ontwikkelingssamenwerking is tijdens dit debat misschien nog niet helemaal gevonden. Bovendien roepen sommige antwoorden direct nieuwe minstens zo belangrijke vragen op. Desondanks was het een succesvolle avond, met veel dank aan de sprekers, de debatleider en het publiek, voor hun bijdragen en interessante ideeën.
 
 

Noord-Korea Lezing, 4 december 2008

Door Crijn Paris

Donderdag 4 december was het zover. Er werd door de SIB-Amsterdam een avond georganiseerd over Noord-Korea. De situatie in Noord-Korea zelf en de positie van Noord-Korea in de region en in de wereld werd uitvoerig behandeld.

De twee uur durende avond begon met een lezing van regisseur Pieter Fleury (bekend van de documentaire ‘Ramses’, Gouden Kalfwinnaar). Hij mocht voor de documentaire ‘Noord-Korea, een dag uit het leven’ een exclusief kijkje nemen in het dagelijks leven van een Noord-Koreaanse familie. Gepassioneerd vertelde Fleury over zijn ervaringen met de familie, het regime en de vreemde gewoontes van de Noord-Koreanen. Zo schijnen ze voor elke taal wel een aparte gids te hebben. Verder liet hij enkele stukjes van de documentaire zien en nog niet uitgezonden materiaal. Door de lezing van Pieter Fleury kreeg men een goed beeld van het dagelijks leven in Noord-Korea.

Het tweede deel van de avond was voor de internationale betrekkingen van het land. Koen de Ceuster (Noord-Korea deskundige van de Universiteit Leiden) en Marc Vogelaar (deskundige en diplomaat verbonden aan ministerie van buitenlandse zaken) verkondigden elk hun visie op Noord-Korea. De Ceuster kon zich in sterke mate vinden in de opstelling van Noord-Korea international, terwijl Vogelaar juist de ‘positieve’ en negatieve kanten van Noord-Korea bloot legde. Zo benadrukt hij dat Noord-Korea het minst aantal spijbelaars heeft en het drie na grootste leger van de wereld. Beide verschilden dan ook vaak van mening en dit leidde tot enerverende discussies. Ten slotte werd aan de hand van stellingen als ‘ Noord-Korea is niet meer in 2010’ de zaal gepolst over de ontwikkelingen en konden enkele vragen van geinteresseerden worden beantwoord. Kortom: Deze avond heeft de zaal een betere kijk gekregen van de situatie in Noord-Korea en de relatie met de wereld.

 

Debat verkiezingen Verenigde Staten, 26 oktober 2008

Door Roman Gijzen

Volgens velen staan we aan de vooravond van een grote verandering van de wereldorde. De geopolitiek in de deze wereld maakt groot deel uit van deze orde. De presidentsverkiezingen van het machtigste land in deze wereld staat vier november op het programma. Na acht jaar geregeerd onder George W. Bush staan de Verenigde Staten van Amerika en de wereld iets nieuws te wachten. De vraag hoe beide kandidaten zich als president zullen opstellen tegenover de rest wereld wordt door ons gesteld. Diplomaat van het Amerikaans consulaat Andrew Webster Main en universitair hoofddocent International Governance Brian Burgoon delen hun visie.

Democraat Obama staat als links, liberaal politicus aan de andere kant van het politiek spectrum dan Republikein John McCain als rechts conservatief. Deze tegenovergestelde ideologie trekt Webster Main ten twijfel. Hij zegt dat er veel overeenkomsten zijn tussen het beleid dat beiden zouden kunnen gaan voeren. Op binnenlands gebied willen ze beiden uit de kust en in de Arctische gebieden olie gaan boren, in het kader van de immigratie willen ze beiden een muur op de grens met Mexico gaan bouwen en illegalen gemakkelijker amnestie verlenen. Daarnaast willen ze beiden het de buitenlandse talenkennis van het leger verbeteren en staan ze betreft de aanpak van de klimaatverandering op één lijn. Enkele van de weinige zaken waarin ze volgens Webster Main in verschillen is in hun beleid ten aanzien van Irak en het gebruik van nucleaire brandstof. Dus eigenlijk maakt het voor de toekomst van hun buitenlands beleid niet heel veel uit wie gekozen wordt.

Burgoon herinnert zich zijn jongere tijd waarin hij altijd klaagde over dat het een saaie tijd was waar op het wereldtoneel zo weinig gebeurde. Nú, anno 2008 staan er echter drie gigantische kwesties op de wereldagenda: de verplaatsing van macht naar het oosten, opwarming van het klimaat en de recent toegevoegde economische crisis! De Amerikaanse verkiezingen hebben op deze zaken een grote invloed gehad en dat zullen ze in de toekomst ook doen en dus is het wel heel belangrijk wie gekozen wordt. So, the stakes are high!

Burgoon gelooft in ‘The Liberal Western Project’, als middel om democratie, internationaal recht en kapitalisme over de wereld te verspreiden om deze beter te maken.  Als hij echter met een op zijn zachts gezegd kritisch oog terugkijkt naar de laatste acht jaar onder de regering Bush, zijn het de meest destructieve jaren geweest in de Amerikaanse geschiedenis. De economie stagneert, de populariteit van de V.S. is over de hele wereld sterk gedaald en de oorlog in Irak heeft niet het resultaat dat het zou moeten hebben. Daarom is de wereld toe aan een verandering en die verandering wordt gepersonifieerd door Barrack Obama. Niet alleen door de democratische partij waar hij lid van is, maar voornamelijk, en dat is wat we op dit moment nodig hebben, door symbolic politics. Obama als eerste zwarte Amerikaanse president met als twee naam Hussein, zal door de wereld veel positiever ontvangen worden, dan weer een zelfde type republikein McCain. De vraag uit het publiek waarom er dan wel voor McCain gekozen zou moeten worden antwoordt Burgoon met dat Obama wellicht als lobbyist in minder gedaan zou kunnen krijgen. Maar dat staat niet tegenover de kracht die hij als intelligent, knap en zwarte Amerikaanse president kan uitoefenen op de wereld.

Net zoals de kandidaten zijn in dit debat beide partijen het erover eens dat verandering hoognodig is. Of het uitmaakt wie die verandering het beste kan gaan doorvoeren, daar ligt de onenigheid. De Europese landen hebben uit de geschiedenis altijd een democratische voorkeur gehad, over een week zal duidelijk zijn of deze voorkeur bevredigd kan worden en of dat een vooruitgang voor de wereld anno 2008 zal gaan brengen. 

 


Pagina 1 van 2