Door Hans van Andel
Dinsdag 11 mei werd in samenwerking met JASON een debat gehouden over de Surinaamse verkiezingen die 25 mei gehouden zullen worden. Nadat de sprekers (Romeo Hoost, Harry van Bommel en Henk Lalji) allen een inleiding hadden gegeven met hun visie op de verkiezingen kon het debat beginnen. Al snel bleek dat de voorbereide stellingen niet nodig waren; vanuit de zaal kwam veel reactie op de inleidingen. Er ontstond een zeer levendig, fel en interessant debat over de rol die de jongeren spelen in de Surinaamse politiek en over het belang van de gebeurtenissen van 8 december 1982 voor de huidige verkiezingen. Het was een leuke en interessante avond, zowel voor de ingewijden in de Surinaamse politiek als voor hen die zich nog nooit met Suriname hadden bezig gehouden. De zeer geslaagde SIB-avond werd besloten met een borrel.
Door Justine de Jong
Over de huidige status van ontwikkelingssamenwerking worden heel wat standpunten verdedigd. Zo zou er veel meer geld aan moeten worden besteed, zou het helemaal afgeschaft moeten worden of zou het allemaal op een heel andere manier moeten gebeuren. Op 15 september was het aan SIB om erachter te komen hoe het nu precies zit met de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. De altijd enthousiaste SIB-leden waren niet de enige die zich voor een antwoord op deze vraag naar CREA hadden begeven. De zaal vulde zich snel met enthousiaste studenten en twee ietwat oudere heren. Toen ook de trap vol zat moest er tegen belangstellenden op de gang gezegd worden dat er helaas geen plekken meer vrij waren. Hoewel dit voor hen heel spijtig was, was het leuk om te zien dat de vraag naar de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking zoveel mensen bezighoudt.
Blij met al die animo kon de avond van start gaan. Debatleider Tobias Reijngoud, die zelf veel geschreven heeft over ontwikkelingssamenwerking, hield de touwtjes deze avond strak in handen. Onder zijn leiding kregen de sprekers, Godelieve van Heteren, oud directrice van Cordaid en ex-kamerlid voor de PVDA, Gerrit Faber, als internationaal econoom verbonden aan de Universiteit Utrecht en Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking, de kans hun visie te geven op een aantal stellingen.
Genuanceerde meningen kwamen op tafel. Ontwikkelingssamenwerking heeft zeker een positief effect, zo werd er betoogd, waarop het boek ‘Dead Aid’ van Dambisa Moyo -waarin zij beargumenteert dat het resultaat van ontwikkelingssamenwerking voor het ontvangende land negatief is-, door de heer Hoebink werd afgeschreven. Niet elke vorm van samenwerking is echter effectief. De tijd waarin ontwikkelingsamenwerking stond voor Westerse ‘weldoeners’ die derdewereldlanden kwamen ‘redden’ met wat geld is voorbij. Wil ontwikkelingssamenwerking effectief zijn, dan moet er aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Die voorwaarden houden verband met de stabiliteit van politieke instituties, het betrekken van de bevolking in de samenwerking, voorzien in lokale behoeftes en een focus op duurzaamheid van projecten.
Het publiek werd door de heer Reijngoud actief bij de discussie betrokken. Zo hoorden wij persoonlijke ervaringen over ontwikkelingssamenwerking (ik refereer naar bovengenoemde oudere heren) en werden er suggesties gedaan ter vervanging van de huidige vorm van samenwerking: er zou meer gewerkt moeten worden vanuit de private sfeer in plaats van vanuit de overheidssector. Ook werd de oproep vanuit het publiek gedaan dat het Westen geen ‘pleisters moest plakken’, maar ontwikkelingslanden een hand moest bieden en bestaande machtsverhoudingen zou moeten veranderen. Zo kwam ook de toekomst van ontwikkelingsamenwerking ter sprake, hebben we misschien te hoge verwachtingen van ontwikkelingssamenwerking, of zouden we hier juist ambitieuzer tegenover moeten staan?
Twee uur later waren een aantal interessante vragen geformuleerd en beantwoord. Het antwoord op de vraag naar de zin en onzin van ontwikkelingssamenwerking is tijdens dit debat misschien nog niet helemaal gevonden. Bovendien roepen sommige antwoorden direct nieuwe minstens zo belangrijke vragen op. Desondanks was het een succesvolle avond, met veel dank aan de sprekers, de debatleider en het publiek, voor hun bijdragen en interessante ideeën.
Door Crijn Paris
Donderdag 4 december was het zover. Er werd door de SIB-Amsterdam een avond georganiseerd over Noord-Korea. De situatie in Noord-Korea zelf en de positie van Noord-Korea in de region en in de wereld werd uitvoerig behandeld.
De twee uur durende avond begon met een lezing van regisseur Pieter Fleury (bekend van de documentaire ‘Ramses’, Gouden Kalfwinnaar). Hij mocht voor de documentaire ‘Noord-Korea, een dag uit het leven’ een exclusief kijkje nemen in het dagelijks leven van een Noord-Koreaanse familie. Gepassioneerd vertelde Fleury over zijn ervaringen met de familie, het regime en de vreemde gewoontes van de Noord-Koreanen. Zo schijnen ze voor elke taal wel een aparte gids te hebben. Verder liet hij enkele stukjes van de documentaire zien en nog niet uitgezonden materiaal. Door de lezing van Pieter Fleury kreeg men een goed beeld van het dagelijks leven in Noord-Korea.
Het tweede deel van de avond was voor de internationale betrekkingen van het land. Koen de Ceuster (Noord-Korea deskundige van de Universiteit Leiden) en Marc Vogelaar (deskundige en diplomaat verbonden aan ministerie van buitenlandse zaken) verkondigden elk hun visie op Noord-Korea. De Ceuster kon zich in sterke mate vinden in de opstelling van Noord-Korea international, terwijl Vogelaar juist de ‘positieve’ en negatieve kanten van Noord-Korea bloot legde. Zo benadrukt hij dat Noord-Korea het minst aantal spijbelaars heeft en het drie na grootste leger van de wereld. Beide verschilden dan ook vaak van mening en dit leidde tot enerverende discussies. Ten slotte werd aan de hand van stellingen als ‘ Noord-Korea is niet meer in 2010’ de zaal gepolst over de ontwikkelingen en konden enkele vragen van geinteresseerden worden beantwoord. Kortom: Deze avond heeft de zaal een betere kijk gekregen van de situatie in Noord-Korea en de relatie met de wereld.